Camino de Santiago Loslaten is de weg, niet het doel

9,95

In 2010 liep Harry Weezeman vanuit Ede naar Santiago de Compostela.

In dit eBook beschrijft hij op zijn eigenwijze wat deze pelgrimage met hem gedaan heeft.

In Frankrijk zijn eigen route gevolgd en in Spanje vanaf Irun tot Oviedo de Camino del Norte en van Oviedo naar Santiago de Compostela de zware Camino Primitivo

Afzien, doorzetten, humor, vriendschappen.

Beschrijving

Twee stukjes uit het boek, in het boek staan ook foto’s

Hoofdstuk 1 Het begin.
Frankrijk zo’n dertig jaar geleden en ik sta met de caravan op een camping als er een heel klein tentje naast mij neergezet wordt. Het hoort bij een jonge man die net daarvoor met een grote rugzak op de daarvoor bestemde plaats de camping opkomt. Ik zie geen auto, motor of ets. Hij is lopend gekomen. Het blijkt ook nog een Nederlander te zijn. Natuurlijk maak ik een praatje en hij vertelt dat hij zijn baan heeft opgezegd en aan het lopen is naar Santiago de Compostela. Hij zal er zo’n vier maanden overdoen. Dat lijkt mij ook wel wat maar daar blijft het dan ook bij. Ik ga gewoon verder met mijn leven zoals ik het gewend ben.
Het blijft wel altijd in mijn achterhoofd sluimeren.
Maar dan na een moeilijke periode in mijn leven, besluit ik te gaan. Vanuit huis ga ik lopen naar SdC in Spanje. 2400 km.
Nu ben ik nog niet een geoefende wandelaar, maar wil wel een lange afstand lopen. Hoe ga ik dat aanpakken? Eerst kleine afstanden en dan steeds grotere. Met rugzak loop ik al snel 20 km op een dag en soms twee dagen achter elkaar. Ik kan een sabbatical van drie maanden nemen maar dat is te kort voor de hele afstand. Als alternatief loop ik iedere maand drie dagen. De eerste maand kom ik tot Waalwijk en daar begin ik dan een maand later weer.
De aftrap is in Ede waarvandaan ik naar Wijk bij Duurstede loop. Dat is direct al 27 km. Het eerste stuk gaat lekker. Het is deze dag behoorlijk heet maar tot aan het mooie stadje Amerongen gaat het veel door het bos. Dan nog 11 km over een bochtige en prachtige dijk in de volle zon. Eindelijk met mijn tong op de schoenen kom ik aan bij mijn lief in Wijk bij Duurstede, die daar woont.
De volgende dag is het nog steeds warm weer en loop ik naar Zaltbommel. Na de derde dag loop ik zo stijf als een robot van de eerste generatie, maar ben wel al in Waalwijk.

Ik heb een maand om nog wat te trainen en het gaat steeds beter. Dan is het weer de tijd om drie dagen te lopen. Waalwijk- Dongen. Daar woont mijn zus en zwager en ik kan er slapen. De volgende dag vroeg op pad. Na een tijdje kom ik in een dorp en besluit maar eens een kop kofe te nemen. Ik bestel er een en dan slaat de schrik toe. Mijn beurs is weg, ik heb geen rode cent bij mij. Ik bel mijn zus en gelukkig de beurs is uit mijn jas gevallen en ligt in de hal. Zwager komt hem nabrengen met de auto. Dit is het eerste ding dat ik op deze camino meemaak dat goed aoopt.
In het zelfde weekend ben ik uitgekomen in Antwerpen. In een overvolle trein weer terug naar huis. In Utrecht moet ik overstappen op de trein naar Ede. Ik zit in die trein en wil even op mijn telefoon kijken. Normaal zit die altijd in mijn rechterbroekzak maar deze keer niet. Hij zit nergens, tenminste niet op mijn lijf of in mijn tas. Ik ben hem kwijt. Nee toch. Hij moet ergens uit mijn zak gegleden zijn. Thuis bel ik met mijn vaste telefoon mijn mobile nummer en die wordt direct opgenomen. Het meisje dat tegenover mij zat heeft hem gevonden en morgen is ze in Nijmegen en daar kan ik hem ophalen. Ook weer goed afgelopen gelukkig.
Op mijn rugzak heb ik de bekende Jacobsschelp genaaid en eenmaal in België krijg ik veel reacties. Er rijdt een auto voorbij, de man kijkt uit zijn raampje. Even verderop keert hij en komt weer op mij af. Wat moet die, denk ik. Hij stapt uit en vraagt waar ik heen ga. Naar SdC zeg ik. “Amai, mijne papa liep ook daar naartoe maar op 80 km voor Santiago kreeg hij een hartaanval en hij ligt daar begraven. We hebben een monumentje gemaakt voor hem. Als gij er langs komt hou dan even stil.”
Eerlijk gezegd ben ik er nu al stil van.
Hoe verder ik kom hoe moeilijker het wordt om met het openbaar vervoer weer terug te komen. Uiteindelijk kom ik in Wissant , in Frankrijk. Dat is na bijna 400 km.
Ik besluit om vandaar uit te vertrekken en zo’n drie maanden later aan te komen in Santiago de Compostela. Er lopen in Frankrijk een paar pelgrimsroutes die allemaal uitkomen op de Spaanse camino maar ik wil mijn eigen reis uitstippelen en loop mijn eigen weg via diverse GR routes

een stuk later

Hugh loopt iets achter
Dan kom ik bij een hek en 100 meter verder nog een hek. Die 100 meter is een doorgang tussen twee grote weides. Op de linker weide graast een kudde koeien onder begeleiding van een nogal grote stier. Nu heb ik het niet zo op stieren maar ik moet toch naar de overkant en dat andere hek door.
Het lijkt of de stier niet oplet en ik open het hek en wandel rustig naar de overkant. Daar denkt de stier anders over, die komt naar mij toe gerend met zijn kop omlaag. Nu heb ik een behoorlijke voorsprong, ik spurt zo hard als ik kan naar het tweede hek en ben er net door als de stier bij dat hek stopt. Het lijkt of mijn hart in mijn mond zit, zo gaat die tekeer.

Hugh staat inmiddels bij het eerste hek en blijft daar ook want die stier staat dus precies in het midden. Dat duurt een tijdje, aan mijn kant zijn wat Spaanse etsers gekomen die er ook door moeten maar niet durven. Na een kwartiertje draaien die om en gaan de weg terug waar ze vandaan kwamen. Hoe lossen we dit op, Hugh moet er echt door en ook de andere pelgrims die er nu staan. Steentjes gooien naar de koeien die gewoon door blijven grazen of er niets aan de hand is. Na ruim een half uur besluiten de koeien dat ze wel weer eens wat ander gras moeten eten en kuieren verder de wei in, de stier loopt rustig achter ze aan en Hugh en de anderen kunnen op hun gemak door de doorgang.
Iets voor Samblismo is een bar waar we maar eens wat gaan drinken. Het is iets voor onze eindbestemming maar de eigenaar van deze bar/restaurant heeft net een nieuwe alberque geopend, het kost een tientje maar het is er best luxe. Hugh en ik blijven hier en eten heerlijke streeksoep in het restaurant. Het is een soort erwtensoep met heel veel chorizo erin. Het vult goed maar volgens de serveerster hebben pelgrims deze soep echt nodig zeker als we morgen de Ruta de los Hospitales gaan lopen en dat doen we want de weersverwachting is goed.
We gaan vroeg op pad, het is toch niet zulk mooi weer als waar we op gehoopt hadden maar het is droog. Het is eerst 2 km lopen voor we aan het begin staan van waar de alternatieve route begint. De andere pelgrims, o.a. de Poolse vrouwen sliepen in de alberque municipal die maar 3 euro kostte, deze ligt onderaan de berg waarvandaan we beginnen.
Ik ben de oudste van het stel en het klimmen vind ik leuk en inmiddels is mijn conditie ruim voldoende om redelijk snel boven te komen. De complete route is 23,9 km, we beginnen op 635 m en het hoogste punt is 1220 m.
Hoe hoger we komen hoe meer bewolking er komt, toch een beetje opschieten.
Daar sta je dan op het hoogste punt bij een ruïne van een oud pelgrimshospitaal, er liggen wat botjes. Op zo’n moment gaat mijn fantasie altijd met mij aan de haal. Hoe zou dat vroeger gegaan zijn. Hier boven op 1220 m een hospitaal, nou ja meer een stenen huisje waar dan pelgrims behandeld konden worden aan, ja waar aan. Het zal wel niet blaren doorprikken geweest zijn. Ik denk eigenlijk aan uitputting. Veel pelgrims haalden de eindstreep in SdC niet. Er waren veel berovingen zodat ze zonder een duit verder moesten, aten alleen als ze iets onderweg kregen en anders dagen niet